Kabinet versoepelt pseudo-eindheffing op fossiele leaseauto’s: dit verandert er richting 2027

4 minuten leestijd

Werkgevers die gebruikmaken van zakelijke leaseauto’s krijgen meer duidelijkheid over de invoering van de pseudo-eindheffing op fossiele voertuigen. Het kabinet heeft aangekondigd verschillende aanpassingen door te voeren om de regeling beter uitvoerbaar te maken voor werkgevers, leasemaatschappijen en andere betrokken organisaties.

De wijzigingen worden verwerkt in het Belastingplan 2027 en moeten voorkomen dat werkgevers in bepaalde situaties onbedoeld extra belasting verschuldigd worden.

Wat is de pseudo-eindheffing?

Vanaf 1 januari 2027 krijgen werkgevers te maken met een extra heffing wanneer zij een fossiele personenauto ter beschikking stellen aan werknemers voor privégebruik of woon-werkverkeer. Deze pseudo-eindheffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde van de auto en komt volledig voor rekening van de werkgever.

Met de maatregel wil de overheid de overstap naar emissievrije mobiliteit versnellen en het gebruik van volledig elektrische auto’s stimuleren.

Uitzondering voor tijdelijk vervangend vervoer

Een van de belangrijkste aanpassingen betreft vervangende auto’s die tijdelijk worden ingezet wanneer een reguliere auto niet beschikbaar is.

Denk hierbij aan situaties waarin een voertuig uitvalt door:

  • onderhoud;
  • reparatie;
  • schadeherstel;
  • bandenwissels.

Wanneer een werknemer tijdelijk een andere auto krijgt vanwege één van deze omstandigheden, wordt deze vervangende auto niet automatisch meegenomen in de pseudo-eindheffing. De uitzondering geldt voor een periode van maximaal veertien opeenvolgende kalenderdagen.

Hierdoor worden werkgevers die normaal gesproken een elektrische auto beschikbaar stellen niet geconfronteerd met een extra heffing wanneer tijdelijk een fossiele vervangingsauto nodig is.

Vrijstelling voor lesauto’s

Naast de uitzondering voor vervangend vervoer komt er ook een specifieke vrijstelling voor lesauto’s. Voor rijscholen en andere organisaties die voertuigen inzetten voor rijonderricht betekent dit dat deze auto’s buiten de reikwijdte van de pseudo-eindheffing vallen. Daarmee erkent het kabinet de bijzondere functie van deze voertuigen binnen de mobiliteitssector.

De oorspronkelijke einddatum wordt verlengd, waardoor werkgevers langer gebruik kunnen maken van het overgangsrecht.

Overgangsregeling loopt langer door

Ook de overgangsregeling wordt aangepast. De oorspronkelijke einddatum wordt verlengd, waardoor werkgevers langer gebruik kunnen maken van het overgangsrecht.

Voor fossiele auto’s die vóór 2027 zijn aangeschaft en voor het eerst aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld, blijft de vrijstelling van de pseudo-eindheffing nu gelden tot 1 januari 2031. Dat betekent dat werkgevers enkele maanden langer de tijd krijgen voordat zij voor deze voertuigen met de extra heffing worden geconfronteerd.

Tijdelijke vrijstelling voor kortdurend gebruik

Daarnaast komt er een aanvullende regeling voor situaties waarin een fossiele auto slechts zeer kort beschikbaar wordt gesteld. Werkgevers mogen tot 1 januari 2031 ieder kalenderjaar gedurende maximaal zeven aaneengesloten dagen een fossiele personenauto ter beschikking stellen zonder dat hierover pseudo-eindheffing verschuldigd is.

Deze maatregel is vooral bedoeld voor tijdelijke mobiliteitsoplossingen, zoals huurauto’s of andere kortdurende vervangingsconstructies. Daarmee krijgen organisaties extra tijd om ook dit soort mobiliteit volledig te verduurzamen.

Wanneer is de heffing eigenlijk van toepassing?

Belangrijk om te benadrukken is dat de pseudo-eindheffing uitsluitend geldt wanneer een auto mede voor privégebruik beschikbaar wordt gesteld.

Wordt een voertuig uitsluitend zakelijk gebruikt, dan valt deze situatie in veel gevallen al buiten de regeling. Voor werkgevers die tijdelijke voertuigen alleen zakelijk inzetten, verandert er daardoor vaak weinig.

Geen verruiming bij overstap naar een nieuwe werkgever

Niet alle wensen vanuit de markt zijn overgenomen. Zo blijft gelden dat een fossiele auto het overgangsrecht verliest wanneer deze door een andere werkgever ter beschikking wordt gesteld. Dit geldt zodra sprake is van een ander loonheffingennummer.

Ook binnen grotere organisaties of concernstructuren kan dit gevolgen hebben wanneer verschillende vennootschappen afzonderlijke loonheffingennummers hanteren.

Uitzondering bij fusies en overnames

Voor reorganisaties geldt echter een uitzondering. Wanneer sprake is van een fusie, overname of vergelijkbare bedrijfsoverdracht, kan het overgangsrecht onder voorwaarden behouden blijven. Ook blijft het overgangsrecht van kracht wanneer dezelfde auto binnen dezelfde werkgever aan een andere werknemer wordt toegewezen.

Wat betekenen deze wijzigingen voor werkgevers?

Met de aangekondigde aanpassingen probeert het kabinet de regeling beter uitvoerbaar te maken zonder het oorspronkelijke doel uit het oog te verliezen: het versnellen van de overgang naar elektrisch rijden.

Voor werkgevers met een wagenpark zijn vooral de volgende punten van belang:

  • vervangende auto’s zijn onder voorwaarden uitgezonderd;
  • lesauto’s worden vrijgesteld;
  • de overgangsregeling loopt door tot 1 januari 2031;
  • kortdurend tijdelijk gebruik krijgt een beperkte vrijstelling;
  • bij een wisseling van werkgever vervalt het overgangsrecht in principe.

Conclusie

De pseudo-eindheffing op fossiele auto’s blijft een belangrijke fiscale maatregel binnen het Nederlandse mobiliteitsbeleid. Door de aangekondigde aanpassingen wordt de regeling op diverse punten praktischer voor werkgevers en wagenparkbeheerders.

Met name de uitzonderingen voor vervangend vervoer, de vrijstelling voor lesauto’s en de verlenging van het overgangsrecht zorgen voor meer duidelijkheid en minder administratieve knelpunten. Werkgevers doen er verstandig aan om de gevolgen voor hun wagenpark tijdig in kaart te brengen, zodat zij goed voorbereid zijn op de invoering van de regeling vanaf 2027.